In alles wat je om je heen ziet en doet, speelt data een grote rol. Je hoort het woord waarschijnlijk ook vaak vallen. Maar wat is “data” eigenlijk? Je kunt data het beste zien als de bouwstenen van informatie: ruwe, onbewerkte gegevens zoals getallen, woorden, afbeeldingen of video’s. Op zichzelf hebben data vaak nog weinig betekenis. Pas wanneer we deze gegevens interpreteren en in een context plaatsen, ontstaat er informatie.

Als je bijvoorbeeld kijkt naar het getal 27.845; zonder context zegt dit eigenlijk niets en blijft het een getal, maar het zou van alles kunnen zijn. Het kan een temperatuur zijn, een prijs, een afstand of misschien een meetwaarde van een bepaalde sensor. Pas wanneer je weet waar het getal voor staat, krijgt het getal betekenis. Dat laat dan ook meteen zien hoe belangrijk context is bij data. Grappig genoeg geldt dat ook voor het woord “data” zelf: meestal bedoelen we er gegevens mee, maar in de context van een agenda is het het meervoud van “datum”.

Data komen in allerlei vormen voor. Soms gaat het om cijfers, zoals aantallen of metingen, en soms om beschrijvende informatie, zoals meningen of ervaringen (kwantitatief vs kwalitatief). Ook kunnen data netjes gestructureerd zijn in tabellen, of juist los en ongestructureerd, zoals teksten, afbeeldingen of video’s. In de praktijk loopt dit vaak door elkaar heen.

Voor organisaties zijn data enorm waardevol. Het helpt bij het nemen van beslissingen, het herkennen van patronen en het verbeteren van processen. Denk aan het analyseren van verkoopcijfers of klantgedrag. Tegelijkertijd geldt wel dat ruwe data op zichzelf niet genoeg zijn. De echte waarde ontstaat pas wanneer de data worden geanalyseerd en omgezet in inzichten.

Hier komt dan ook metadata in beeld. Metadata betekent letterlijk “over data”, het is dus eigenlijk data over data. Het is informatie die beschrijft wat de data zijn, waar het vandaan komt en hoe het gebruikt kan worden. Metadata geeft dus context en maakt data beter vindbaar en begrijpelijk.

Een simpel voorbeeld is een boek. De tekst van het boek is de data. De titel, de auteur, de publicatiedatum en de inhoudsopgave zijn metadata. Deze gegevens helpen je om het boek te vinden en te begrijpen, zonder dat je het hele boek hoeft te lezen.

Er zijn verschillende soorten metadata, maar in de basis komt het neer op drie dingen: beschrijven, structureren en beheren. Het kan bijvoorbeeld gaan om een titel en trefwoorden, maar ook om hoe data is opgebouwd of wie er toegang toe heeft.

In een wereld waarin er ontzettend veel data worden verzameld, is metadata onmisbaar. Zonder metadata zou het zoeken naar de juiste informatie voelen als zoeken naar een speld in een hooiberg. Door data goed te beschrijven en te organiseren, kunnen organisaties sneller inzichten krijgen en beter gebruikmaken van hun gegevens, bijvoorbeeld via een metadatacatalogus voor gezondheidsdata.

Dus als kort antwoord op de vraag: data zijn de ruwe gegevens, en metadata zijn de gegevens over de gegevens en geven meer structuur en overzicht aan de verzamelde data. Samen zorgen ze ervoor dat we data niet alleen hebben, maar dat we er ook echt iets mee kunnen doen.

Ontdek meer van Datapoort

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder