Tabulaire data zijn data die zijn georganiseerd in een tabel, met rijen en kolommen. Dit is een van de meest herkenbare vormen van data. Denk aan een Excel-bestand, een Google Sheet of een tabel in een database. Veel datasets in zorg, onderzoek, beleid en administratie hebben deze vorm.
Een eenvoudige tabel kan er bijvoorbeeld zo uitzien:
|
Patiëntnummer |
Leeftijd |
Geslacht |
Diagnose |
Bloeddruk |
|
001 |
54 |
vrouw |
diabetes |
135/85 |
|
002 |
72 |
man |
hartfalen |
145/90 |
|
003 |
38 |
vrouw |
astma |
120/80 |
Elke rij staat meestal voor één persoon, gebeurtenis, meting of registratie. In een zorgdataset kan één rij bijvoorbeeld één patiënt voorstellen. In een andere dataset kan één rij juist één ziekenhuisopname, één consult, één labuitslag of één vragenlijstrespons zijn.
Elke kolom beschrijft een bepaald kenmerk. Voorbeelden zijn leeftijd, geslacht, diagnose, postcode, meetdatum, bloeddruk, medicatie of behandeluitkomst. De kolommen geven dus aan welke informatie over elke rij wordt vastgelegd.
Een cel is de plek waar een rij en een kolom elkaar kruisen. Eén cel bevat één specifieke waarde. Bijvoorbeeld: de leeftijd van patiënt 001, of de diagnose van patiënt 003.
De bovenste rij bevat vaak de kolomnamen. Die maken duidelijk wat elke kolom betekent. Goede kolomnamen zijn belangrijk, omdat ze helpen om de data goed te begrijpen en te gebruiken.
Tabulaire data kunnen verschillende soorten waarden bevatten. Sommige kolommen bevatten getallen, zoals leeftijd, gewicht of labwaarden. Andere kolommen bevatten categorieën, zoals geslacht, diagnosegroep of type behandeling. Er kunnen ook datums in staan, zoals een opnamedatum of meetdatum. Soms bevat een kolom vrije tekst, bijvoorbeeld een korte toelichting of opmerking.
Een database lijkt op een verzameling tabellen die op een gestructureerde manier worden opgeslagen. Waar een Excel-bestand vaak door mensen handmatig wordt bekeken en aangepast, is een database meestal bedoeld om grotere hoeveelheden data veilig, efficiënt en systematisch op te slaan. Een database kan meerdere tabellen bevatten die met elkaar verbonden zijn. Zo kan er bijvoorbeeld één tabel zijn met patiëntgegevens, een tweede tabel met ziekenhuisopnames en een derde tabel met labuitslagen.
Bij tabulaire data is het belangrijk om goed te weten wat één rij precies betekent. Staat één rij voor één patiënt, één meting, één afspraak of één gebeurtenis? Zonder die duidelijkheid kunnen analyses verkeerd worden geïnterpreteerd.
Tabulaire data vormen ook de basis voor veel vormen van data-analyse en kunstmatige intelligentie. Omdat de data netjes is georganiseerd in rijen en kolommen, kan ze relatief goed worden verwerkt door statistische programma’s, dashboards en machinelearningmodellen. Daarom is het begrijpen van rijen, kolommen, cellen en datatypes een belangrijke eerste stap bij het werken met data.